Een week na de diagnose begon ik iets te schrijven. Het plan was om daar steeds een stukje tekst aan toe te voegen. Totdat… Ja, totdat wat, eigenlijk? 

Ik had geen idee waar, wanneer en hoe dit kettinggedicht zou eindigen. In ieder geval niet op dit blog. En nu staat het er toch. Omdat het 27 november is, de dag waarop mijn laatste chemokuur eindigde. Omdat ik daarbij stil wil staan, maar het me aan inspiratie ontbreekt. Omdat het kàn.

 

kralen,

met letters van namen en eentje met een anker.

Zo beginnen de verhalen,

van kinderen met kanker.

Ik wil niet dat deze kralen mijn naam spellen,

maar mijn celdeling ging voor de tweede keer mis.

Ik kan en wil het me nog niet voorstellen,

maar het is zoals het is.

De kans dat het goedkomt, is niet bijzonder groot,

maar er is tenminste hoop.

Ik ben echt nog lang niet klaar voor de dood,

Dus klamp ik me vast aan de kans op een goede afloop.

Sindsdien krijg ik rode kralen, voor alle naalden door  m’n huid,

of in de vorm van een petje, want mijn haren vallen uit.

De oranje-wit-groene schijfjes, voor de chemo die me beter maken moet,

maar tegelijkertijd ook een aanval op de goede cellen doet.

Mijn slijmvliezen bezwijken,

en mijn beenmerg maakt nauwelijks nieuw bloed.

Het is nodig om genezing te kunnen bereiken,

want, dat hoop ik, dat wil ik, dat móét!

Dus zijn er groene kralen voor dagen die ik uit mijn geheugen zou willen wissen,

en gele schijfjes voor slangetjes waardoor ik word gevoed.

Kralen voor opnames: op de IC, in isolatie, voor een kuur of met spoed.

Wist je dat je zelfs school heel erg kunt missen?

Toch zeg ik steeds dat het goed gaat met mij,

want ik weet waarvoor ik dit doe.

De hoop op genezing neemt toe,

zelfs de pessimisten trekken nu wat bij.

De tumor wordt succesvol weggehaald,

dat kostte zestien uur.

Zodra de rust lijkt neergedaald,

wacht me weer een kuur.

Als ook de uitzaaiingen naar het verleden zijn verbannen,

begin ik voorzichtig af te tellen.

Nog zes kuren, volgens de plannen,

een genadeklap voor de laatste slechte cellen.

Laatste loodjes wegen zwaar,

mijn lichaam is het zat.

Een infectie brengt me in gevaar,

mijn bloedfabriek ligt plat.

Geen tijd om daarbij stil te staan,

de behandeling moet door.

De bloemenkraal komt eraan,

daar doe ik alles voor!

Voor de achttiende en laatste keer,

mag ik aan een chemokuur beginnen.

Aftellen, ik wil nu echt niet meer.

En dan… is de bloemenkraal binnen!

Ik leg een knoop,

zo stevig als maar kan.

Dat was het dan.

De lange weg van vrees naar hoop.

Voor juichen is het veel te vroeg,

er is nog een lange weg af te leggen.

“Was de behandeling wel effectief genoeg?”

“Dat kan ik je over vijf jaar pas zeggen.”

Geen kralen meer, maar dagen rijgen,

dankbaarheid als rode draad.

Omdat, hoe langer het goed gaat,

hoe verder de kansen stijgen.

 

Mijn herstel doet dokters versteld staan

en mijn haren groeien goed.

Maar, ik vind dat het vlugger moet,

de gevolgen zo snel mogelijk ongedaan.

Al snel moet ik tot mijn spijt,

erkennen dat niet alles naar het oude terugkeert.

Wonden hele met de tijd,

maar littekens en herinneringen staan voorgoed in mijn leven gegraveerd.

De dokter belt,

in haar begroeting weerklinkt een lach.

Wat ze daarmee eigenlijk vertelt,

is dat ik verder leven mag.

Tot op heden blijven de foto’s schoon,

geen slechte cellen te bespeuren.

Zulke uitslagen worden nooit gewoon,

er kan nog zoveel gebeuren.

Ik heb geen zin om me angstig af te vragen,

Hoe mijn cellen zich in de toekomst zullen gedragen.

Ik leef, ik leer, ik zing, ik lach,

en dat blijf ik doen zo lang het duren mag.

Risico’s zijn en blijven er,

maar heel voorzichtig, niet te ver,

komt er weer ruimte om te plannen en te dromen.

Over dagen, weken die komen.

Want: nog een jaar zonder tumorgroei,

en de bloemenkraal komt tot volle bloei.