De eerste dag van de lente doorbrengen in het AMC: ik heb er gemengde gevoelens over als ik vanmorgen, met twee tassen en twee boeken in mijn handen, de trap probeer af te rennen. Dat is in ieder geval beter dan pure tegenzin, denk ik, terwijl ik mijn kruk opspoor, mijn jas van de kapstok trek en maar een paar minuten te laat naar de auto loop. In de auto lees ik een boek en begint de zon recht in mijn gezicht te schijnen. Ik doe gewoon heel even alsof het al zomer is.

Traditiegetrouw moet ik me eerst op de röntgenafdeling melden voor een dosis röntgenstraling. Maar, er worden deze keer wel minder röntgenfoto’s gemaakt, want voor de eerste keer brengen we tijdens deze controle niet mijn longen in beeld. Dat doen we pas weer op de eerste zomerdag.

De röntgenlaboranten maken drie foto’s van mijn bekken.

“Je moet met je zijkant tegen het apparaat gaan staan, maar niet helemaal. En zet je voeten eens neer alsof je in een spagaat staat. Oké, draai nu eens je voeten naar buiten. Ja, mooi, mooi.”

Juist, ja.

De foto’s worden naar de arts gestuurd en ik mag plaatsnemen in de wachtkamer. Daar wordt mijn geduld behoorlijk op de proef gesteld, want het spreekuur loopt meer dan een uur uit. Gelukkig zijn mijn medewachtenden best vermakelijk. Zo komt er een jongen binnen die tegen zijn meegenomen gezelschap zegt dat hij eigenlijk heel nodig naar het toilet moet, maar niet durft te gaan, omdat hij over vijf minuten zijn afspraak heeft. Ik moet er stiekem om lachen, voel me er daarna toch wel een beetje schuldig over en na een half uur verlossen mijn medewachtenden en ik hem maar uit zijn lijden, door te zeggen dat het nog wel even kan duren voordat zijn naam door de wachtkamer zal klinken. Hij besluit toch maar even naar het toilet te gaan, en dat vind ik een geruststellende gedachte.

Na bijna anderhalf uur zit ik tegenover de arts-assistent.

“Je loopt maar met één kruk? Dat had ik niet verwacht!” zegt de onbekende arts. “Vertel eens even: hoe doe je dat? Hoe gaat het lopen?”

Ik begin rustig te vertellen en hij stelt nog meer vragen.

“Wacht,” onderbreekt hij me, “ik laat je helemaal in spanning over de uitslag van de röntgenfoto’s. Het is goed, hoor. Het is goed.”

Ik glimlach. Natuurlijk omdat de uitslag goed is, maar ook een beetje omdat ik eigenlijk helemaal niet meer aan die röntgenfoto’s had gedacht. Goed teken.

De arts-assistent wil mijn orthopeed gaan halen, maar ik heb nog een belangrijk verzoek. Ik heb een plannetje gesmeed en ik hoop heel erg dat hij eraan wil meewerken. Hij gaat meteen voor me aan de slag met de computer, en een minuutje later roept hij mijn eigen arts erbij.

Ik heb het met de orthopeed over mijn studie en over hoe ontzettend goed het gaat. Op zijn beeldscherm staat de site van “sterk spul” geopend, maar hij heeft zijn volledige aandacht op mij gericht.

“De foto ziet er goed uit, hè.”

Ja, denk ik, maar kijk alsjeblieft nù even naar de foto op het beeldscherm!

Dan valt zijn oog ein-de-lijk op “Sterk spul”.

“Haha! Wat is dit?”

Ik zeg niks. Het kwartje valt. Zijn reactie is onbetaalbaar.

“Een boek? Ik wil het lezen! Hoe heb je dat gedààn?”

De rest van het gesprek gaat niet meer over heupprotheses, krukken of röntgenfoto’s. De prioriteit ligt even ergens anders. Wat heerlijk dat dat kan.

De eerste dag van de lente doorbrengen in het AMC: een mooier begin van het seizoen had ik me niet kunnen wensen.

 

Hé, zon,

kom maar op,

ik ben overal voor in.

Kijken wie het langst kan stralen

en ik denk

en ik voel,

ik geloof,

ik bedoel,

ik beloof

dat ik win!

Guus Meeuwis (Hé zon)