Als kind, en eigenlijk nu nog steeds,  had ik heel vaak een nogal ontevreden gevoel als ik een boek had uitgelezen. Ik eiste van de schrijver dat alle mysteries werden opgelost en dat al mijn vragen werden beantwoord, maar meestal kon aan die eis niet geheel worden voldaan. Als ik een boek uit had, dacht ik vaak: en toen? Natuurlijk kon ik zelf fantaseren over hoe het verhaal verder zou gaan, maar dat weigerde ik. Dat was “niet echt”.

Een maand geleden kwam mijn eigen boek uit. En opeens besefte ik dat mijn boek ook niet aan die eis voldoet: er zijn nog genoeg vragen onbeantwoord gebleven. Daar kan ik niet zoveel aan veranderen. Die antwoorden liggen in de toekomst. Gelukkig is er dus dit blog, waarmee ik hoofdstukken kan blijven toevoegen aan het verhaal, voor iedereen die, net als ik, niet tegen open eindes kan.

De afgelopen maand was vooral een prachtig hoofdstuk. 17 april was gewoonweg niet in woorden te vatten, maar gelukkig hebben we genoeg foto’s en filmpjes om die dag toch te beschrijven.

Ook in de weken die volgden, kwam er van schrijven niet veel terecht. Dat is absoluut niets voor mij. Waar ik tijdens mijn behandeling zelfs een keer een dagboekbrief typte vanaf de kinder-IC, bleef het nu angstvallig stil. Dat noemt men dus een writer’s block en dat was totaal nieuw voor me. Of, nou ja, was? Echt van harte vloeien de woorden nog steeds niet uit me.

Hoe dat komt? Misschien heeft het te maken met alle mooie reacties die ik de afgelopen maand mocht ontvangen. Doordat dit boek zo persoonlijk is, zijn de reacties dat vaak ook. Meestal ben ik daar zo van onder de indruk, dat ik er stil van word. Ik vind het nog steeds bijna niet te bevatten dat ik blijkbaar mensen kan ontroeren, laten lachen en zelfs kan inspireren met de woorden die ik heb opgeschreven. En gezongen. Zingen tijdens mijn boekpresentatie vond ik verschrikkelijk en heerlijk tegelijk, maar alle mooie reacties maken dat ik bíjna vergeet hoe intens eng het was om, voor het eerst, een zelfgeschreven liedje te zingen.

Een andere oorzaak voor mijn writer’s block zal waarschijnlijk de scriptiestress zijn die momenteel heerst. Want we zouden bijna vergeten dat er, naast een boek, ook nog een bachelorscriptie moet verschijnen. Typisch Celine om deze twee grote, indrukwekkende en vooral tijdrovende projecten te combineren. Maar zelfs ik heb grenzen, ontdekte ik, en dus komt schrijven nu even niet op de eerste plaats.  

Veel mensen vragen of ik verder wil gaan met schrijven en ik heb zelfs al enkele keren de vraag gekregen of er een tweede boek komt. Ik voel me zeer vereerd dat er mensen zijn die meer van mij willen lezen. Dat ik blijf schrijven, staat voor mij vast, maar wat ik daarvan wil en zal delen en in welke vorm, dat weet ik niet. Hoe lang ik dit blog nog van updates blijf voorzien, kan ik ook nog niet zeggen. Tijdens mijn behandeling was bloggen een manier om iedereen op de hoogte te kunnen houden van de feiten rondom mijn medische situatie, maar die noodzaak is er op dit moment steeds minder. Maar waar ik vroeger met tegenzin schreef, vind ik het nu wel heel leuk om goed nieuws te kunnen delen. Het is heerlijk dat er niet meer zoveel medische feiten zijn die belangrijk genoeg zijn om te vermelden, maar ik moet wel goed nadenken over hoe en of ik een nieuwe invulling kan geven aan een blog.

Nog steeds allemaal onbeantwoorde vragen, dus. Maar eigenlijk is dat in dit geval heel mooi. Want er màg ook nog helemaal geen einde komen aan dit verhaal. Zolang er eindes open blijven, kan het leven nog alle mooie, verrassende kanten op. Voor het eerst in mijn leven ben ik dus blij met een boek dat deels een open einde heeft.

En toen?

Dat zal de tijd uitwijzen en lezen jullie in de volgende update.