Ik verklaar altijd heel stellig dat ik blij ben dat we níét in de toekomst kunnen kijken, omdat ik dan, behalve leuke dingen, misschien ook wel dingen zou zien waar ik liever nog niet van op de hoogte gesteld wordt. Een celdeling die opnieuw faalt, late effecten van de chemotherapie… dat soort gedoe. Maar, oh, wat zou ik het meisje, dat exact vijf jaar geleden haar laatste druppels chemo incasseerde op de kinderafdeling van het VUmc Amsterdam, vertellen over vandaag. Maar omdat dat nu eenmaal vrij onmogelijk is, vertel ik het jullie.

Vandaag is de vijfde verjaardag van de bloemenkraal aan mijn Kanjerketting. De kraal die ik ieder kind met kanker toewens, de kraal die staat voor het einde van de behandeling. Maar hoewel de behandeling op dat moment afgerond is, is het gevaar dan nog lang niet geweken. De bloemenkraal bloeit nog niet.

Vandaag zijn we precies vijf jaar verder, na de laatste druppel rode chemo. Kenmerkend voor mijn gevoel de afgelopen jaren was dat ik probeerde uit te gaan van een goede afloop, maar ook altijd leefde met een slag om de arm. Rekenen op schone longen, maar voorbereid zijn op een keiharde klap. Verwachten dat mijn bekken er goed uitziet, maar me tegelijkertijd schrap zetten voor als het tegenovergestelde waar zou zijn. Realisme, optimisme en een beetje zelfbescherming.

Nu zijn er precies vijf jaren verstreken en dat betekent in de wereld van kinderkanker iets heel belangrijks. Vanaf nu is het heel onwaarschijnlijk dat deze vorm van kanker terugkomt.

Waar is dat feestje?! Hier nog even niet. Of, nou ja, nog niet helemaal. De laatste, reguliere controle binnen het protocol voor het osteosarcoom moet namelijk nog plaatsvinden. Dat gaat gebeuren over 26 dagen. Als op die dag alles goed is, is het pas “echt”.

Ook na die dag zal er altijd nog onzekerheid zijn. Door een foutje in mijn DNA heb ik meer kans om nog eens geconfronteerd te worden met rebelse cellen. Door de twee vormen van kinderkanker die ik achter me laat en de behandelingen die daar voor nodig waren, heb ik te maken met blijvende, late gevolgen en loop ik het risico om nog meer late effecten te ondervinden. Over 26 dagen is het dus over, maar allerminst voorbij.

Hoewel we dus nog niet écht klaar zijn, moet er vandaag natuurlijk iets worden gevierd. Dat doe ik met mijn middelste zus, in de stad waar ik vijf jaar geleden wachtte tot de piepjes van de infuuspomp het einde van de laatste, tweedaagse kuur zouden aankondigen. Vandaag ben ik in Amsterdam en laat ik expres alle ziekenhuizen, waar ik zoveel moeilijke, maar ook hartverwarmende momenten doorbracht, even voor wat ze zijn.

Het gaat regenen, maar ik weet zeker: in Amsterdam schijnt vandaag de zon. Want in tegenstelling tot het meisje aan wie ik dit vijf jaar geleden zo graag zou voorlezen, voel ik nu wel intense blijdschap en misschien zelfs wel een beetje euforie.

Het keiharde werk van mijn fantastische behandelteam en mijn intense wil om me vast te houden aan het leven: vandaag komt dat allemaal, eindelijk, tot bloei.